Dag 121 Playa del Carmen - dag 134 Honduras

Door: Bas Baaten

Blijf op de hoogte en volg Bas

19 Juni 2018 | Honduras, San Lorenzo


Dag 121 27/9/17 Playa del Carmen - Tulum. 65km

Toen ik wakker werd in de knal paarse kamer, besefte ik weer dat ik de komende tijd Lisa weer enorm moet missen. De vakantie had echt nog veel langer mogen duren, maar ik moest weer door. Eerst ging ik naar de schoenmaker, maar die was er nog mee bezig. Gelukkig toen ik een uurtje later terug ging was hij klaar. Er zaten weer nieuwe, stevige zolen onder. Ik vertrok richting Tulum. Ik vond het heerlijk weer even op de motor te zitten en mijn gedachtes te verzetten. Al vrij snel kwam ik aan bij het hotel wat ik al had geboekt, en gelukkig kon ik meteen de kamer in. Na een telefoontje naar Nederland was mijn creditcard weer geactiveerd, dus ging gelijk naar een bank om hem te proberen. Het werkte! Ik kon weer (zo goed als overal) pinnen. Daarna ging ik op de motor naar de ‘Grand Cenote’. Een cenote is een holte in de grond, die vol is gelopen met water. Deze vind je alleen hier op de wereld. Alleen al rondom Tulum zijn er tientallen. Je kunt hier snorkelen of duiken door de grotten, of gewoon een verkoelende duik nemen. Verkoelend is het zeker want het water is veel kouder dan het zeewater. Ik snorkelde door de grotten en langs de stalactieten. Op het plafon zaten honderden vleermuizen, dat rook je ook wel. Af en toe voelde ik alsof ik zachtjes gebeten werd. Ofja, eigenlijk werd ik dat ook. Hier in de cenotes leven de visjes, die je ook wel eens tegen komt in de bakken waar je je voeten in kan doen en door de visjes gehapt wordt. Ook kwam ik tijdens het snorkelen schildpadjes tegen die ook in de cenote zwommen, al weet ik niet zeker of deze er zijn ingezet. Na de verfrissende duik ging ik weer terug naar het stadje. S’avonds liep ik een rondje op zoek naar een eettentje. Tussen alle toeristische restaurantjes vond ik gelukkig een klein tentje waar de locale eten en at een bord met lekkere gamba’s, wat groente en tortilla’s.


Dag 122. 28/9/17. Tulum - Bacalar. 215km

Ik vertrok vanuit Tulum naar Bacalar. Onderweg dacht ik dat ik een krab over de weg zag lopen. Al snel bedacht ik me, dat ik ver van de zee was. Shit! Dat was gewoon een enorme vogelspin! Als ik dat meteen had gerealiseerd was ik wel snel aan de kant van de weg gestopt. Na een tijdje reed ik Bacalar in. Ik maar voor een keertje weer een hostel, want de hotels waren mij te duur. De locatie was geweldig, aan de lagune. Ook kon je gratis een fiets en een kano gebruiken. Ik fietste even naar het centrum van het stadje toe. Het was een leuk klein stadje, met een oude vervallen burcht. Daarna was het tijd om de kano uit te proberen. De lucht was gruwelijk donker, maar wilde toch graag gaan. Het water was ongelooflijk blauw. Ze noemde de lagune in het Spaans ook de 7 kleuren blauw. Ik peddelde om een eilandje heen, waar gieren rondcirkelden boven de donkerblauwe lucht. Het terug paddelen was nog aardig zwaar door de stroming die er stond. Terug aan land besloot ik mijn drone weer eens te proberen. De beelden van boven waren heel mooi, uitkijkend op het eilandje waar ik had gekanood. S’avonds ging ik nog een hapje eten met een jongen en meisje die ook in het hostel zaten. Voor de laatste keer een Mexicaans gerecht, of tenminste hier in Mexico!


Dag 123. 29/9/17. Bacalar (Mexico) - Caye Caulker (Belize). 215km

Ik stond iets na 8 op, voor mij redelijk vroeg maar ik had een drukke dag voor de boeg. Het ontbijt zat bij het hostel inbegrepen, maar het was alleen koffie en geroosterd brood met jam. Achja eigenlijk ook niks mis mee. Rond 10 uur vertrok ik richting Belize. Na een half uurtje kwam ik bij de grens aan. Wat ik zeker niet moest vergeten was mijn borg van 200 dollar terug krijgen, voor de tijdelijke invoer van de motor in Mexico. Volgens internet was die bank waar ik dat moest regelen niet bij de grens maar zat die alleen in het stadje 10km verder. Het kon me niet voorstellen dat er geen vestiging was bij de grens, dus reed eerst naar de grens. Voor ik het wist was ik Mexico uit. Bij de grens bleek gelukkig inderdaad een ‘banjercito’ desk te zijn. Omdat ik ondertussen een nieuwe creditcard heb moest ik een hele hoop extra papieren invullen, omdat het normaal automatisch teruggestort wordt. Na een ruim half uur was het geregeld. Toen ik vertrok kwamen er 4 grote donkere mannen naar me toe lopen. Ik dacht ze willen me helpen met papierwerk, ophelpen met geld wisselen en zo wat bij verdienen. Ze waren zo vriendelijk dat ik een beetje op mijn hoede was. Ze wensten me succes met de reis en toen ik weer doorreed, realiseerde ik me dat ze gewoon echt geïnteresseerd waren en ook de grens over gingen. Ik reed door richting de grens van Belize. Eerst kwam ik bij een soort carwash. Hier wordt je voertuig gesprayd zodat je geen ziektes het land inbrengt. Het koste 2,50 euro. Maar de gast die erbij stond zei, als je niet wilt dat al je tassen gesprayd worden, of je zoekt niet alles eraf te halen dan betaal maar gewoon en kreeg je een bewijsje. Zo gezegd zo gedaan. Ik reed door naar de volgende halte. Ik moest ergens parkeren en naar binnen voor mijn stempel. Na een formulier ingevuld te hebben moest ik daarmee naar de douanier. Die vroeg om mijn exitstamp van Mexico. Ik wist dat je 25 dollar betaald om het land uit te gaan (bij vliegtickets zit dit in de prijs), ik dacht alleen ze zijn het vergeten dus ik heb mazzel. In Mexico waren ze het dus ook vergeten, de douanier zei dat ik hem ook 20 dollar kon geven ipv terug te moeten. Toen ik het wilde geven, zei hij: fold it! Hij wilde niet dat iemand zag dat ik hem het geld gaf. Haha, natuurlijk.. zo gaat dat hier. Toen dat was geregeld moest ik naar het volgende hokje, om te zorgen dat de motor ingevoerd werd. Een ongelooflijk slome gast, hielp me. Voor hij iets vroeg, keek hij me eerst 5 seconden aan om te bedenken wat hij ging zeggen. Ondanks de bloedhitte kon ik het wel waarderen, want hij was heel vriendelijk en relaxt. Wat me trouwens gelijk opviel dat de meeste mensen zwart zijn van huidkleur. Wat me ook op viel was dat iedereen super vriendelijk was! Toen ik weer verder reed moest ik bij het volgende loket nog 10 dollar betalen voor het invoeren van de motor. De douanier was een echte rastafari en wenste me een mooie tijd hier. Hij zei zeg maar tegen je vrienden ‘if you don’t believe it, you better Belize it’! Toen zat bijna al het papierwerk erop, ik moest alleen nog langs het verzekeringskantoor. Wederom een ongelooflijk vriendelijk gast hielp me daar. Voor 15 euro had ik een verzekering. Ik kon ook gelijk mijn laatste pesos omwisselen voor een goeie koers, tegen de Belize dollar. 2 Belize dollar is 1 Amerikaanse dollar, dus dat is makkelijk om te rekenen. Daarna reed ik dan eindelijk Belize in, met al het papierwerk geregeld. Ik vroeg nog iemand naar de weg, want Belize staat op een of andere manier niet in mijn TomTom. Hij moest lachen, er gaat maar 1 weg naar Belize city! Het was iets over 11, want de tijd was weer een uur terug gegaan. In het eerste stadje stopte ik om te tanken. Ik had een jongen bij het hostel in Bacalar nadrukkelijk gevraagd waar de benzine het goedkoopst was, Belize zei hij. Toen ik 50 Belize dollar moest aftikken voor een niet eens volle tank schrok ik dus wel een beetje, 23 euro. In Mexico was het al duurder dan in Amerika maar zou ik voor de zelfde hoeveelheid niet boven de 15 zitten. Gelukkig verwacht ik dat dit de eerste keer en laatste keer is dat ik in Belize moet tanken. Ik ging weer verder, richting Belize city. Onderweg werd de lucht steeds donkerder en donkerder. Al snel begon het ongelooflijk hard te regenen en onweren. Gelukkig was het onweer ver genoeg weg en kon ik doorrijden. Net voor Belize city was het weer droog. Ik had op een of andere manier een grote stad verwacht, maar het voelde echt aan als een stadje. Ik ging snel even wat drinken en iets kleins te eten halen bij een supermarkt. Ik merkte wel gelijk dat alles hier een stuk duurder was, maar dat wist ik. Gelukkig wordt het na Belize allemaal weer goedkoper. Snel reed ik door richting de haven waar de ferry naar Caye Caulker vertrekt. De accomodaties zijn daar goedkoper in Belize city, en overal las ik dat ik het eilandje niet mocht missen. Ik vond een parking waar ik de motor voor 3 nachten kwijt kon, met 24 uur bewaking. Daar gaan we dan maar vanuit. Het was redelijk prijzig (35 euro) maar ik las op internet verhalen van mensen die hun huurauto kwijt waren na een dag, dus moest een veilige plek hebben. Met al mijn bepakking liep ik naar de haven waar de boot vertrok, gelukkig heel dichtbij. De boot zou om 3 uur vertrekken, dat stond overal op de borden. Het was 10 voor 3 dus dat was perfecte timing. Uiteindelijk vertrok de boot om half 5, Achja ik kon even bijkomen van de drukke dag. Moest me maar aanpassen aan de relaxte mentaliteit hier. Met een bootje waar zo’n 50 man in kon vaarden we richting Caye Caulker. Bij aankomt deed het mij meteen denken aan Gili Trawangan in Indonesië. Geen auto’s, geen wegen alleen maar zand. De gekleurde huisjes en de reggae muziek die uit alle speakers kwam maakte het plaatje compleet. Ik ging naar een koffiezaakje waar ik de sleutel moest ophalen. De vrouw ging met me mee om het appartement te laten zien, en ik kreeg een lift in de golfcar. Soms weet ik al niet meer wat ik geboekt heb. Ik kijk alleen naar de prijs, of er WiFi is en normaal gezien of er parkeerplek is als ik tevoren iets boek. Maar het bleek een appartementje te zijn, helemaal van hout zoals bijna alles hier op het eiland. Heel ruimtelijk dus, met een bank en een keuken. Aardige luxe voor mij! Intussen was het al donker en ik ging het stadje verkennen opzoek naar een duikschool en iets te eten. De duikscholen waren dicht na 6 uur, dus dat stelde ik uit tot morgen. Al snel werd ik door iemand aangesproken. Kreeft van de bbq, met 2 bijgerechten en 2 drankjes. Omgerekend 10 euro, dat kon ik niet laten schieten. Wel een stuk duurder dan waarvoor ik normaal eet. Maar in Belize is het nou eenmaal duurder en wilde toch eens ooit een verse kreeft van de bbq proberen. Hij smaakte heerlijk! Als drankjes kreeg ik rumpunch, het lokale drankje hier. Eigenlijk gewoon limonade met ijs, en een heel klein beetje rum in dit geval. Ik was aardig moe van de drukke dag, dus ging na een kort wandelingetje terug naar mijn huisje en rond een uurtje of 11 slapen.


Dag 124. 30/9/17. Caye Caulker

Ik sliep lekker uit, tot een uurtje of 10. Het belangrijkste doel vandaag was zorgen dat ik morgen kan gaan duiken of snorkelen. Belize heeft na Australië het grootste barrier reef ter wereld, en de Blue hole is een van de meest speciale duikplekken ter wereld. Ik hoorde gister al van mensen dat er maar 2 duikscholen op de Blue hole duiken hier, en ivm met het laagseizoen gaan ze 1, hooguit 2x per week. Als duikinstructeur was het toch altijd wel een droom van mij daar te duiken. Wilde deze reis in ieder geval 1 dag gaan duiken, niet veel meer omdat het een duur uitstapje is. Maar als ik het dan doe, wil ik het wel op de mooiste en speciaalste plek. De eerste duikschool was dicht. Bij de tweede zeiden dat ze toevallig morgen die kant op gingen! Dat was wel een flinke meevaller! Had er al niet echt meer op gerekend. De prijs was 250 euro, daar schrok ik wel heel erg van. Ik zei dat dat teveel voor me was, en dat ik hoe graag ik wilde gewoon niet uit kon geven. Uiteindelijk, mede omdat ik ook instructeur ben mocht ik morgen voor 150 euro mee. Nog een hoop geld, maar het was wel inclusief ontbijt en lunch. Ook de fee voor het ‘nationale park’ in zee zat daar bij in. 3 duiken worden er gemaakt, op 3 verschillende plekken. Ook mocht ik mijn drone meenemen om beelden van boven te maken. Om 4 uur moest ik terug komen om alle spullen vast te passen en klaar te zetten, want we vertrekken morgen om 5.30!! Daarna ging ik richting het noorden van het eiland om wat opnames te maken met mijn drone. Een jochie kwam erbij zitten en keek vol bewondering mee. Rond 4 uur alle spullen gepakt voor de dag van morgen. Was wel weer wennen om na zo’n lange tijd weer duikspullen vast te hebben, terwijl dat ooit de dagelijkse kost was. Daarna ging ik terug naar het appartementje, en werd het weer vrij snel donker. Ik doe het sowieso rustig aan vandaag. Voel me namelijk sinds gister avond niet helemaal lekker, heb diarree en ben een beetje verkouden. Dat laatste is funest als je gaat duiken. Heb het als duikinstructeur ook af en toe gehad en toen ging het meestal wel goed door de ervaring. Ik had namelijk regelmatig cursisten waar dit echt een heel groot probleem was. Toen ik de deur uitliep om wat te gaan eten zei ik gedag tegen een jongen die net was aangekomen. Hij hoorde al aan mijn accent dat ik een Nederlander was, hij ook! Hij heette Bart en zat samen met zijn vriendin Jennifer in het huisje langs mij. Ze hadden net besteld bij de Italiaan 10 meter verder op, daar wilde ik dus ook al gaan kijken! Ik ging bij ze aan tafel zitten en we raakte aan de praat. Bart woont in Eindhoven, en kende weer mensen die ik ook ken. Heel grappig! Laat hadden we het niet gemaakt, maar het was wel heel gezellig. Leuke mensen!


Dag 126. 1/10/17. Caye Caulker

Is voor 1 s’nachts werd ik wakker. Ik sliep nog niet zo lang en had nog 4 uurtjes voor de wekker ging. Ik besloot eventjes te kijken of ik de start van de formule 1 kon zien. Door het slechte interner lukte dat maar half, maar las via een website een live verlag. Omdat Max het zo goed deed, kon ik het niet laten om het tot het einde te volgen. Half 3 ging ik pad weer verder slapen, en 5 uur ging de wekker. Aankleden, spullen pakken en op naar de duikschool. Daar hadden ze een simpel ontbijtje klaar gemaakt. Het was een flinke groep die mee ging op de boot. Ik geloof 14 duikers, 5 snorkelaars en 4 divemasters. Wel grappig eigenlijk, dat ik hoger gecertificeerd ben al instructeur dan de crew zelf. Ik vond het niet nodig om dat iedereen te vertellen. Ik heb alleen gezegd dat mijn laatste duik alweer 3 jaar geleden was. Een Israëlische jongen had zich verslapen, en kwam op het laatste moment nog aan. De eerste 10 minuten lag hij helemaal voor pampus, maar daarna ging zijn knop om. Hij zetten zijn meegebrachte speakers aan en heeft anderhalf uur zittend gedanst. Na 2 uur varen kwamen we aan bij de Blue hole, de eerste duik locatie van vandaag. De Blue hole is onder de duikers een van de meest bekende duikplekken ter wereld. Tijdens de laatste ijstijd was dit een grot, en lag hij nog niet onder water. Miljoenen jaren later, toen de oceanen op aarde stegen kwam de grot onder water te liggen. Dit met als gevolg dat het ‘dak’ van de grot instortte. Zo is de Blue hole ontstaan. De Blue hole is meer dan 100 meter diep, maar als sport duiker mag je maximaal tot 40 meter. Tijdens deze duik doken we dan ook tot een diepte van 40 meter. Het werd steeds donkerder, en zwommen we tussen de stalactieten door. De duik duurde een klein half uurtje. Daarna gingen we door naar de volgende locatie op het Lighthouse reef. Al snel zagen we heel diep onder ons een haai zwemmen. Even later was de divemaster met een heremietkreeftje aan het spelen. Ik vond het niet heel interessant en keek om me heen. Plots zag ik een enorme luipaardhaai onze kant op komen! Ik tikte de divemaster aan zodat de rest zich ook omdraaide. Eentje van de groep raakte al lichtjes in paniek en wilde omhoog schieten. Tijdens de duik zagen we ook nog wat pijlstaartroggen en een octopus. Toen we aan het eind van de duik de safetystop deden, kwam er weer een haai onze kant op. Een Caribbean reef shark cirkelde om ons heen en zwom nog even recht op ons af. Daarna was het tijd om te lunchen op een eilandje. Rijst, pasta en kip kregen we te eten. Na de lunch liepen we nog naar een uitkijktoren waar enorm veel vogels te zien waren. Tijdens de laatste duik zagen we een grote tarpon en een murene die uit zijn holletje de oceaan ging verkennen. De duiken zaten er weer op en we voeren terug richting Caye Caulker. Net voor we aankwamen kregen we nog Rum punch en nachos. Met een groepje van 6 gingen we nog samen een hapje eten, wat heel gezellig was. Toen iedereen na het eten een after dinner dip kreeg namen we afscheid van elkaar. Toen ik naar mijn huisje ging kwam ik Bart en Jennifer tegen. Met Bart ging ik nog even wat drinken, bij de sportsbar waar net een bruiloft was geweest. Leuk om te zien hoe alle rastamannen hier de westerse vrouwen probeerde te versieren. Heel laat hebben we het niet gemaakt, want ik was helemaal gesloopt. Maar het was heel gezellig, een mooie afsluiting van een super dagje!


Dag 127. 2/10/17. Caye Caulker - San Ignacio. 150km

Toen ik wakker werd voelde ik me weer niet echt lekker. Dit voelde toch echt niet als een kater, maar meer als ziek zijn. Snel pakte ik mijn zooi bij elkaar en zorgde dat ik om 10 uur uit het huisje was. Om half 11 vertrok de boot richting Belize city. Daar aangekomen was het toch een enorme opluchting om de Guzzi te zien staan. Ik gaf hem een schouderklopje en tuigde hem weer op. Onderweg merkte ik al snel dat ik me echt niet fit voelde. Na een rit van een kleine 2 uur, door een paar dorpjes kwam ik aan in San Ignacio. Door alle eenrichting straten was het even zoeken hoe ik zonder TomTom bij het hotel kwam, maar toch had ik het redelijk snel gevonden. Toen ik op de kamer aankwam en even ging liggen merkte ik echt dat ik me gewoon heel erg beroerd voelde. Na een tijdje ging ik toch even het stadje in. Even wat drinken en een wandelingetje deed me wel goed. Ik ging op tijd een hapje eten en was voor het donker, rond 6 uur weer op de kamer. De rest van de avond heb ik wat informatie opgezocht over Guatemala waar ik morgen binnen rijdt, en heb ik mijn reisverslag bijgewerkt.


Dag 128. 3/10/17. San Ignacio (Belize) - Flores (Guatemala). 106km

Rond een uurtje of 9 uur stond ik op en om 10 uur was ik klaar om te vertrekken richting de grens van Guatemala. Na een klein half uurtje kwam ik aan bij de grens. Eerst moest ik en de motor officieel het land uit. Belize kom je gratis binnen, maar wil je eruit betaal je 20 dollar voor de exitstamp. Ook de motor moest officieel het land weer uit, dus na wat papierwerk was ook dat voor elkaar. De volgende stop was weer het sproeien van de motor tegen rare ziektes. Volgens mij ging het meer om het betalen van 2 dollar, want hij sproeide aan 1 kant 5 seconden tegen de motor. Of misschien hebben die rare ziektes de voorkeur voor de rechterkant van een motor, dat kan ook natuurlijk. Daarna moest ik Guatemala in. Een jochie van een jaar of 14 liep met me mee en vertelde waar ik heen moest. Ik zei dat ik er zelf wel uitkwam maar hij bleef erbij. De stempel voor mijzelf was zo geregeld, maar de motor het land in krijgen was weer papierwerk en koste een kleine 20 euro. Het vrouwtje achter de balie moest van alles weten en kon geen woord Engels, dus het jochie hielp met vertalen. Ook liet hij me zien waar ik iets verder op de bank kon vinden, want ik kon alleen betalen met de munt van Guatemala: de Quetzal. Voor mijn gevoel duurde het een eeuwigheid, maar iets na 12 was alles geregeld. Wel begon het gruwelijk hard te regenen en ik moest toch tanken dus ik kon gelijk even schuilen. Het tanken was gelukkig een stuk goedkoper dan in Belize. Daarna was het ongeveer anderhalf uur tot Flores. De route erheen was door gloeiend groen landschap, met af en toe een klein dorpje. Heel relaxt eigenlijk. Op een klein stuk zandweg na was het allemaal asfalt, zonder al te diepen kuilen gelukkig. Flores is een stadje aan een meer, op dat meer ligt ook nog een gedeelte van Flores. Via een weg rij je het kleine eilandje op. Ik checkte in bij het hotel, waar ik na een beetje aandringen de motor binnen in de receptie kon zetten. Niet alleen voor de veiligheid, maar ook door de regen had ik hem liever daar staan. Ik wandelde even naar de supermarkt voor mijn lunch. Toen ik aan het meer een foto maakte, sprak een man mij aan die zijn boot aan het schoonmaken was. Voor ongeveer 10 euro nam hij mij alleen mee, voor een tochtje van een uur. Daarbij kon ik papegaaien, apen en jaguars zien! Wow een jaguar, ik weet dat ze hier leven maar dat zou wel heel speciaal zijn. Hoe groot is de kans dat je ze ziet vroeg ik? Zeker zei hij! Ik zei dat ik eerst andere plannen had maar dat ik er misschien op terug zou komen. Terwijl ik verder liep dacht ik al, er klopt iets niet. Al vrij snel zag ik op de kaart van de omgeving, dat een kilometer verder een dierentuin aan het meer lag! Haha natuurlijk, slimme vent! Later op de dag maakte ik een wandeling om het hele eilandje heen, maar binnen een half uurtje ben je wel rond. Rond zonsondergang bestelde ik bij een kraampje op straat wat te eten. Geen idee wat het was, maar het was lekker en ik betaalde een euro voor een redelijk vol bord met limonade. Het leek op een soort harde ronde taco’s met op alle drie iets anders. Smaakte goed in ieder geval! Toen het langzaam donker werd ging ik richting de kamer en werkte ik aan het reisverslag.


Dag 129. 4/10/17. Flores - Tikal - Flores. 130km

Ik sliep lekker uit en ging op zoek naar een ontbijtje. Met meeste bleek dicht, en wat wel open was vond ik te duur. Dan maar de 2 avocado’s en een sinaasappel die ik gister gekocht had als ontbijt. Daarna vertrok ik richting Tikal. Tikal was voeger een van de grootste Maya steden, en daar zijn nog heel veel piramides en overblijfselen van te zien. Toch is pas zo’n 20% uitgegraven, en ligt de rest nog verscholen in de dichte jungle. Na een uurtje rijden kocht ik een kaartje bij de ingang van het park. Daarna was het nog een klein half uurtje door de jungle naar alle ruïnes. Op de verkeersborden stond dat je moest oppassen voor slangen, neusberen en jaguars. Ik besloot zonder gids te gaan en alleen een plattegrondje te kopen. Het was een klein half uur lopen door de jungle voor ik de eerste piramide zag. Hoog in de bomen boven me zag ik apen van boom naar boom springen. Sommige enorme piramides waren helemaal opgegaan in de jungle. Via vele bouwwerken liep ik naar de andere kant van de jungle, waar de hoogste piramide stond. Die kon je opklimmen, dus ik ging een kijkje nemen. Vanaf boven keek je uit over de jungle, en andere piramides die boven de boomtoppen uitkwamen. Ik was helemaal de enige op de piramide. Op mijn gemak maakte ik was foto’s en keek ik uit over de jungle. Toen bedacht ik me, als het toch zo rustig is.. zal ik mijn drone even gebruiken? Op een klein bordje bij de ingang stond alleen met vergunning. Nouja ik vraag me af of ze de drone horen of zien want ik zit zo hoog, en anders zeg ik wel dat ik het bord niet heb gezien. En ja hoor, binnen 5 minuten rende iemand de trap op naar boven. Het was duidelijk dat het niet de bedoeling was. Hij zei snel weg voor meer mensen het zien. Ik bood mijn excuses aan en zei dat ik het echt niet wist. Ik landde de drone en hij keek vol interesse hoe ik het ding in het kleine tasje stopte. Hij deed verder niet moeilijk en we gingen allebei weeë naar beneden. Daarna kwam ik bij een ander piramide weer een neusbeertje tegen. Eerst leek hij bang, maar toen ik heel voorlichting zijn kant op liep kon ik heel dichtbij komen. Toen kwamen er ook ineens vanuit een boom 3 apen de piramide op geklommen. Eigenlijk vond ik alle dieren misschien nog wel leuker dan de piramides. Ik denk dat ik Freek Vonk had moeten worden. Toen ik terug liep keek ik weer naar een aap boven me. Eerst kreeg ik bijna een tak tegen mijn kop, daarna begon hij naar beneden te zeiken en schijten! Volgens mij is dat gewoon het pleziertje van die apen, heel de dag toeristen onder zeiken. Ook zouden er bij een meertje nog krokodillen moeten liggen, maar die waren niet thuis. Misschien gingen ze ondertussen als handtasje bij een kraampje op de terugweg. Ik bedacht me toen ik richting de uitgang liep, dat ze misschien wel een melding hadden gemaakt van mijn vlucht met de drone. Om het zekere voor het onzekere te nemen deed ik mijn poncho aan en mijn petje af, zodat ik niet herkend zou worden als die jongen met de drone in een zwart shirt met een petje op. Toen ik klaar was om te gaan, kwam ik erachter dat ik mijn lenskapje van mijn camera kwijt was. Ik ben nog terug gelopen om hem te zoeken. Uiteindelijk was ik daar 3 kwartier mee kwijt, maar kreeg hem niet gevonden en het werd al donker. In het pikkedonker reed ik terug over de jungle weg. De jungle komt s’nachts tot leven zeggen ze wel eens, en dat was nu ook wel te zien! Eerst zag ik een slang voor me de weg afdruipen, daarna nog apen die ze weg over renden en vogels die langs me af scheerden. Op mijn gemak reed ik de weg terug naar Flores. Daar aangekomen zette ik de motor weer binnen in de receptie en ging weer een hapje eten op straat.


Dag 130. 5/10/17. Flores - Rio Dulce. 205km

Meestal denk ik s’ochtends ik ontbijt onderweg wel ergens, maar dan duurt het soms heel lang voor ik wat vind. Vandaag dacht ik, laat ik weer eens ontbijten voor ik vertrek. Bij het hotel bestelde ik een ontbijt met toast, roerei, fruit, thee en gemaalde bruinen bonen. En zelfs die laatste smaakte nog goed eigenlijk, nooit gedacht dat ik dat zou zeggen. Daarna reed ik de motor de receptie uit en bepakte hem. Al vrij snel begon ik nat te regenen. Zoals vaak kwam het uit het niets, dus alsnog mijn regenpak aantrekken had geen zin. Ik was al zeiknat. Waarom ik niet gewoon met een regenpak aan rij? Dan wordt ik net zo drijf nat, niet van de regen maar van het zweet. Na een tijdje regende het zo hard, dat ik weer totaal doorweekt was. Ik twijfelde om te stoppen, maar wat schoot ik er mee op. Rustig reed ik door, en kwam uiteindelijk rond 3 uur Rio Dulce in. Een chaotisch stadje, maar op een positieve manier. Het was een drukte op straat, en overal langs de kant van de weg winkeltjes en kraampjes. Voor nog geen 10 euro had ik een kamer, en de motor stond veilig en droog. Helemaal perfect dus! Ik sprong eerst onder de douche en trok droge kleren aan. Daarna sliep ik een rondje door het stadje. Vind het heerlijk ergens te zijn waar ik helemaal geen andere toeristen tegen kom, zoals hier. Rio Dulce ligt aan een rivier. Ze bieden tripjes aan die je naar de oostkust van Guatemala varen. Ik hielt het bij een bezoek aan het stadje, want morgen rij ik door naar Antigua.


Dag 131. 6/10/17. Rio Dulce - Antigua. 316km

Ik zette de trend voort en ging ontbijten voor ik op de motor stapte. Bij een tentje wat vol zat met de locale mensen bestelde ik desayuno (ontbijt). Ik kreeg roerei, met bruine bonen, tortilla’s en een sterke gerapte kaas. Nadat ik in mijn hoofd de knop om had gezet, wist het me toch te smaken. Na het ontbijt checkte ik nog even de olie, en pompte mijn banden een stukje op. Ik heb namelijk niet heel veel profiel meer, en schijnbaar is voor mijn formaat wielen het moeilijk om banden te vinden in midden Amerika. Het plan was dus door te rijden tot Colombia en ze daar te vervangen, dus hopelijk gaat dat lukken! Ik stapte op de motor voor de flinke rit naar Antigua. Bij een tankstation nog even een praatje gehad met wat mensen uit Guatemala. Ze wisten niet wat ze hoorden toen ik vertelde dat ik onderweg was naar Argentinië. Deze gesprekjes bij het tankstation had ik in Amerika iedere dag, maar in midden Amerika zijn ze mensen toch iets meer vergeleken lijkt het. Toen ik al een hele tijd aan het rijden was, reed ik de bergen in net voor Guatemala stad. Daar kwam het helemaal vast te staan. Een tijdje bleef ik geduldig wachten, maar toen het te lang duurde ging ik over de doorgetrokken streep voorbij de file. Ik denk dat ik wel een kilometer of 10 langs de file afreed. Was het begin in Guatemala nog zo rustig qua verkeer, hier in de buurt van de hoofdstad was het heel erg druk. Toen ik politie voor me zag, stopte ik maar even met het inhalen. Even later zag ik andere brommers en motors langs de file afrijden, en volgde ik. Na een half uur kwam ik vooraan bij de file. Het gekke was, ik had wel ambulances zien rijden, maar waar de file ophield was niks te zien. De motoren moesten voor aan de rij wachten, en na een kwartier mocht iedereen weer door. Eindelijk kon ik weer even gas geven. De één baans weg veranderde in 2, soms 3 banen. Dat na ik toch niet verwacht in Guatemala. Net als dat je overal Shell, Texaco, McDonalds en Burger King ziet trouwens! Vrij laat op de dag kwam ik Guatemala stad in. Ik had er al een lange dag op zitten, en was aardig naar de klote. Voelde me nog steeds een beetje ziekjes. Het rijden hier was een ramp. Het verkeer was één groot gekkenhuis, en alles stond vast. Tot overmaat van ramp miste ik een afslag, doordat de TomTom de weg niet herkende. Daardoor moest ik weer een heel stuk terug, door de file. Dat ene afslagje kostte me weer een klein uur. Ik had verwacht tussen 4 en 5 wel in Antigua aan de komen, maar intussen was het 6 uur en werd het snel donker. Gelukkig reed ik dan eindelijk de stad uit en was ik vrijstel in Antigua. Bijna heel het stadje heeft 1 richtingswegen, en op een of andere manier stonden ze allemaal tegenover gesteld in de TomTom. Ook zijn de straten in Antigua allemaal grote losse keien. Dat ziet er natuurlijk heel knus en authentiek uit, maar het rijdt voor geen meter. Dan was ook nog eens het hotel totaal op een andere plek dan het volgens booking.com zou zijn, maar gelukkig vond ik het nog redelijk snel. De motor kon ik binnen in de receptie parkeren. Ik had voor 1nacht geboekt, maar besloot gelijk bij aankomst voor 2 nachten te boeken. Het leek me beter om morgen op mijn gemak het stadje te verkennen en niet gelijk door te hoeven. S’avonds ging ik snel nog een hapje eten en daarna bijkomen van de lange dag.


Dag 132. 7/10/17. Antigua

Vandaag kon ik gelukkig lekker uitslapen. Rond een uurtje of 11 ging ik het stadje in en kost een broodje op de markt en wat vers fruit. Ik wandelde door het knusse, kleurrijke stadje. Honderden jaren geleden, toen de Spanjaarden hier nog regeerden was Antigua de hoofdstad van Guatemala. Tijdens een aardbeving was bijna de hele stad vernietigd, en de ruïnes kun je nog steeds overal in de stad terug vinden. Ik ging informeren voor een excursie naar de vulkaan aan de rand van Antigua. Normaal kun je deze ook zien, maar door het slechte weer zag ik alleen wolken. Bij de excursie kantoortjes gaven ze zelf al wel toe dat het weer niet geweldig is, en het uitzicht beperkt. Omdat het toch een wandeling van 8 uur de vulkaan op is, en je de volgende dag pas terug komt leek het mij niet verstandig. Het ging me toch met name om het uitzicht op de top. Er komen nog genoeg vulkanen voorbij tijdens mijn reis, dus stel dit plan gewoon even uit. De rest van de dag ben ik heel de stad rondgewandeld, en heb ik nog een kijkje genomen bij de locale markt. Toevallig kwam ik Hidde nog tegen, een Nederlandse jongen die mee was op de duiktrip in Belize. S’avonds mocht ik van mezelf weer eens een lekkere pizza eten, en ging ik niet al te laat slapen.


Dag 133. 8/10/17. Antigua (Guatemala) - Sonsonate (El Salvador). 209km

Ze zouden die snooze knop moeten verbieden. 7 en 8 uur stonden de wekkers, en rond kwart voor 9 stond ik op. Ik haalde 2 muffins met ham, kaas en ei bij een winkeltje in de straat van het hotel en at die op de kamer op. Nog even met Lisa kletsen en mijn spullen bij elkaar pakken, en om 10 uur was ik klaar om te vertrekken. Ik reed de motor uit de receptie naar buiten, en probeerde de stad uit te komen. Dat viel weer niet echt mee met al die één-richting wegen, zeker omdat ze allemaal verkeerd in de TomTom stonden. Na een beetje zoeken was ik dan de stad uit, maar ik reed nog ruim een half uur door andere kleine dorpjes. Door smalle straatjes waar net een markt aan de lang was. Eindelijk kwam ik op de grote weg. Ik reed nog langs de vulkaan af, die ik eigenlijk zou beklimmen. Ondanks dat het redelijk zonnig was, hing hij weer half in de wolken. Na ruim tweeënhalf uur kwam ik bij de grens van El Salvador. Ik had nog 50 quetsal over, en wisselde die in voor 6 dollar. Blijkbaar betalen ze tegenwoordig overal in El Salvador met de Amerikaanse dollar. Binnen no time had ik de exit stempel in mijn paspoort. Ik vroeg, moet ik nog iets van een stempel voor de papieren van de motor? Ze wezen me in de richting van de douane van El Salvador. Ik reed die kant op. Bij een brug stond een man op de weg die mijn papieren controleerde en zette er een stempel op. Dat ging ook makkelijk! Daarna kwam ik bij de immigratie van El Salvador. Ik mocht door, zonder stempel in het paspoort. Die krijg je hier op een of andere manier niet, maar dat had ik ook tevoren gelezen. Toen moest ik de papieren invullen om de motor El Salvador in te krijgen. Uiteraard kwam er weer een mannetje helpen. Dacht ik goed voorbereid te zijn, door gister aan de hotel eigenaar kopieën te vragen van mijn paspoort, rijbewijs en kentekenbewijs. Moesten ze kopieën hebben in 150% grootte. Bij een soort hutje verderop kon ik de kopieën maken voor een dollar. Toen zei de helper, je hebt geen exit stempel voor de motor. En deze stempel dan? Dat was blijkbaar weer wat anders. Het vrouwtje bij de office zei ook, dat ze zonder de stempel niks konden. Ik moest weer terug rijden naar de grens van Guatemala, 5 minuten terug. Daar was de gene er niet die me zou helpen. Een half uur later werd ik geholpen. Natuurlijk spraken ze geen woord Engels, maar met pijn en moeite kreeg ik al haar vragen beantwoord en kreeg ik de stempel. Daar moesten ze ook mijn kopieën hebben, dus moest ik weer nieuwe maken. Bij het mannetje die mij een uurtje geleden doorliet en de stempel gaf, stond nu iemand anders. Die wilde mij er weer niet doorlaten, omdat ik al een stempel had. Na het verhaal uit te hebben gelegd mocht ik door. Opnieuw kopieën maken en weer een tijd wachten. Toen moest ik in het Spaans een heel formulier invullen met alle gegevens van de motor. Na een hoop wachten en gedoe had ik eindelijk mijn formulier. Ik vroeg aan de helper, ben ik nu klaar? Nee je moet eigenlijk nog door de scan, dan onderzoeken ze of je drugs bij hebt. Maar daarvoor moet je zeker anderhalf uur in de rij staan. Heel geheimzinnig zei hij dat hij wel kon regelen dat ik er niet door hoefde. Hij moest geld natuurlijk. Ik moest sowieso pinnen, dus vroeg waar de bank wa snij de douane. Die was dus dicht op zondag. Ik zei, helaas dan wacht ik wel gewoon in de rij voor de scan. Toen werd ik even een beetje paranoïde. Ik bedacht me, als ze willen stoppen ze ergens drugs in terwijl ik binnen was. Dan vinden ze het bij de scan, en vragen ze een belachelijk bedrag om zonder problemen door te kunnen. Je gaat er niet vanuit, maar zo makkelijk zou het natuurlijk wel kunnen gaan. Het enige waar ze het snel in hadden kunnen doen was in de tas waar mijn tent in zat. Of ze zouden het ergens onder kunnen plakken. Ik checkte voor de zekerheid even alles, of iemand er wat had verstopt. Gelukkig niet, liever neem ik in deze landen toch het zekere voor het onzekere door het te checken. Ik kijk altijd iedere minuut even door het raam naar de motor als ik ergens binnen ben bij de grens, maar je kunt nooit alles 100% in de gaten houden. Toen ik 5 minuten later vroeg welke kant ik moest voor de scan, hoefde het ineens niet meer. Omdat ik geen cash had, zou ik ook niet kunnen betalen om zo genaamd niet door de scan te hoeven of vooraan in de rij aan te mogen sluiten. Ik reed verder, en moest nog 5 dollar voor roadtax betalen. De helper gaf het geld aan iemand in een kantoortje, of deed alsof natuurlijk. Ik kreeg wel een bewijsje, dus wie weet was het ook wel echt de roadtax. Misschien ook wel helemaal niet. Toen wilde hij natuurlijk nog wat geld voor het helpen. Ik had echt nog 2 dollar op zak, dus daar moest hij het mee doen. Hij gaf me nog het nummer van een maat, een helper bij de grens naar Honduras. Als die me zou helpen, kon ik hem nog extra fooi geven die hij dan weer zou krijgen. Vergeet het maar vriend. Ik reed El Salvador binnen. Het grootste verschil was dat de wegen nog beroerder waren. Veel harder dan 50 rijden was geen goed idee, of ik zou compleet verdwijnen in de gaten in de weg. Er waren een hoop stops op de weg met zwaar bewapende agenten. El Salvador staat bekend als meest onveilige land van midden Amerika. Het moordcijfer is het hoogste gemiddeld ter wereld. Door meerdere mensen werd me tevoren verteld, kom niet je hotel uit als het donker is. Dus al zeker niet de weg op, maar zelfs niet om een hapje te eten. Nouja, dan doen we dat ook niet! Toch hoorde ik van andere motorrijders dat ze het een mooi land vonden en geen problemen ondervonden, maar ik was op mijn hoede. Het viel me gelijk op dat iedereen me aankeek op de weg. Omdat ze geen toeristen kennen? Het gaf geen lekker gevoel. Zelfs de honden keken me hier vuil aan. Niet veel later zag ik ineens aan een touw, recht boven de weg een lichaam hangen aan een strop. Tenminste, het was natuurlijk een pop. Maar toch zag het er heel raar uit. Het ging me te snel om goed te zien wat nou de bedoeling was. Ik had geen zin om terug te rijden om te kijken. Na 50 km kwam ik in het plaatsje waar ik wilde overnachten. Weer keek iedereen me na. Ik kon geen hotel vinden, dus vroeg het iemand die er betrouwbaar uit zag. Hij zei ga niet het centrum in, peligrosso. Oftewel gevaarlijk. Binnen no time kwamen er van alle kanten mensen naar de toe. Eentje kon een paar woorden Engels, dus vond dat ik hem wel wat geld kom geven, de ander kon amper in zijn eigen taal normaal praten. Het viel me sowieso al op dat heel veel mensen hier mank lopen, scheel kijken of iets anders mankeren. Ik bedankte de man voor zijn advies en maakte dat ik weg kwam. Ik reed richting een stadje iets verderop, die wat groter was. Onderweg bij een tankstation kon ik even pinnen. Ook hier staat een bewaker met een shotgun. Pin liever bij een tankstation, want als ze me bij een bank zien pinnen weten ze zeker dat ik geld op zak heb. Daarna reed ik Sonsonate in. Het was 5 uur, dus een uur voor het donker werd. Ik moest hier dus een hotel vinden. Bij een stoplicht stond er een andere motorrijder naast me. Ik begroette hem, en hij begroette me terug met een vriendelijk en betrouwbaar gezicht. Ik vroeg: habitacion barato? Ofwel goedkope accommodatie? Hij die kant op, volg me anders maar! Normaal zou ik hier mee oppassen, maar ik was de gene die hem hulp vroeg en hij bood het niet zelf aan. Ik zou ook niet met hem een achterstandwijk inrijden. Al vrij snel stopte we bij een hotel. 50 dollar per nacht zei hij. Bedacht voor je hulp, maar dat kan ik niet betalen amigo. Hij dacht natuurlijk dat ik luxe wilde. Hij had nog 1 adresje, 12 dollar per nacht. Kijk, dat klinkt beter! Binnen een paar minuten stopte we daar. Ik bedankte hem en hij ging er gelijk weer vandoor. Ik wilde nog mijn ansichtkaart geven. Toen dacht ik daar staan ook de drone foto’s op. Ik wil liever niet hebben dat mensen in deze landen weten dat ik een drone bij heb. Ook mijn website op de koffers heb ik inmiddels afgeplakt voor de zekerheid. Ik liep naar een soort van receptie. 9 dollar voor 3 uur en 12 dollar voor een nacht. Jahoor! Hij had me naar een autohotel gestuurd, oftewel een love hotel. Ik besloot toch maar de kamer te nemen, die er overigens netjes en schoon uitzag. Om in het donker verder te gaan zoeken leek me geen goed plan. De motor stond in een soort garage naast de kamer, en het rolluik van de garage ging dicht. De motor stond dus ook in ieder geval veilig. Eigenlijk prima zo, alleen geen WiFi natuurlijk. Ik most, zeker in El Salvador wel even een berichtje naar huis sturen dat ik veilig was aangekomen. Ik moest ook nog eten dus liep snel het stadje in, want ik had nog een half uur voor het donker werd. Bij een lokaal restaurantje waar WiFi was, bestelde ik iets waarvan ik geen idee had wat het was. Echt smaken deed het niet, maar het was maar dat ik wat gegeten had, en een berichtje kon sturen. Na het eten begon het te schemeren en ging ik naar de kamer. Een lang avondje op de kamer, zonder WiFi. Tijd dus om het reisverslag bij te werken en filmpjes te editen. Morgen ga ik richting Honduras, mocht alles meezitten misschien al we de grens over. El Salvador en Honduras zie ik puur als een transit naar Nicaragua. Daar is het stukken veiliger, en kan ik weer wat ondernemen en wat rustiger aan doen.


Dag 134. 9/10/17. Sonsonate (El Salvador) - San Lorenzo (Honduras). 320km

Echt geweldig had ik niet geslapen vannacht. Ik hoorde namelijk schoten buiten, een aantal achter elkaar. Een half uur daarna weer! Ook hoorde ik af en toe auto’s heel hard voorbij scheuren. Buiten dat was het juist muis stil. Om half 8 stond ik op want om 8 uur moest ik het hotel uit. Toen ik vertrok vroeg ik nog even aan de man van de receptie: waren dat nou gunshots gisteravond? Hij lachte, Si!! En hij deed een gebaar net zijn hand langs zijn nek af. De schoten gister schrikte mij eigenlijk niet zo af. Ik zat toch binnen en niemand zag de motor staan, dus niemand wist dat ik daar was. De reactie van de man vond ik angstaanjagender, blijkbaar kijken ze er echt niet meer van op. El Salvador is het kleinste land van midden Amerika, dus ik zou er sowieso binnen 1 tot 3 dagen doorheen zijn. Tijdens deze reis doe ik alles op gevoel en intuïtie, en dat zei me dat ik hier weg moest. De grens over naar Honduras, dat was het plan vandaag. Via de kustweg reed ik richting het oosten van het land. Onderweg stopte ik alleen om te tanken en te eten en drinken. Eten en drinken deed ik ook alleen bij tankstations, want daar staat standaard iemand met een shotgun de boel in de gaten te houden. Ik bestelde een tortilla, geen idee wat er in zou zitten. Dat is altijd weer een verrassing. Dit keer ook! Eentje was met ham en kaas, de ander met kaas en een knakworst! Smaakte heel goed eigenlijk! Ik ging weer op pad. De zon scheen en langs de kust was het prachtig. Mocht dit land ooit veilig worden, weet ik zeker dat de toeristen het zullen gaan vinden! Af en toe reed ik een lange tunnel door. Had nooit door zulke lange tunnels gereden die niet verlicht waren, met moeite kon ik zien waar ik reed. Na heel El Salvador te hebben doorkruist, kwam ik rond 2 uur aan bij de grens. Een paar kilometer voor de grens riepen wat mannen op motoren dat ik moest stoppen. Ze gingen nog net niet voor de motor staan. Ik deed alsof ik ze niet zag, wat eigelijk onmogelijk was en reed door. Ze kwamen achter me aan. Ik reed langs de rij vrachtauto’s af richting de grens en stopte bij een hokje. De mannen wilde me natuurlijk de grens over helpen, ik zei ik heb geen geld om jullie te betalen en ik kam het wel alleen af. Daarna zeiden ze, een kleine fooi is genoeg. Hoeveel maakt niet uit, geef wat we verdienen. Ik zei dat ze het zelf moesten weten, maar dat ik weinig geld had. Meteen gingen ze voor me aan de gang. Er werden kopieën gemaakt en het invoerformulier van de guzzi werd afgestempeld. Dat was zo gebeurd. Daarna ging ik langs de immigration van El Salvador voor de exit stempel. De helpers liepen als hondjes achter me aan en zeiden wat ik moest doen. Ook zei hij, je zal zeker door de politie worden aangehouden in Honduras. Gewoon Engels praten dan ben je er zo vanaf. En geen geld wisselen hier bij de mannetjes, die hebben echt geld gemixt met neppe briefjes. Er liepen inderdaad een hoop mannetjes met flinke stapels bankbiljetten. We reden door naar de grens van Honduras. Er moesten weer kopieën gemaakt worden. Toen moest ik ineens 40 dollar betalen voor de invoer van de motor. Ook de man achter de balie zei dat het zo was, en hij gaf me een formulier waar het op stond. Ik vertaalde wat woorden en het leek te kloppen, dus na een discussie betaalde ik maar. Uiteindelijk na anderhalf uur was alles geregeld. De 2 ‘helpers’ moesten alleen nog 15 dollar hebben. 1 voor de controle van de motor die nog ging komen, 1 voor het sprayen en nog iets. En dan vroegen ze nog de ‘tip’. Ik zei die 15 dollar is onzin, waar is dat dan voor? En waarom moet ik die aan jullie betalen? Wij hebben ondertussen geregeld dat je een stempel in de paspoort hebt, en straks geen controle meer hebt. Haha bullshit, ze wezen naar de stempel van de import van de motor. Als ik niet zou betalen zou ik nog uren moeten wachten zeiden ze, nou dat wilde ik dan wel zien. Toen zeiden ze dat hun de 15 dollar al voor mij hadden betaald, dus dat ze het nodig hadden om het mannetje af te betalen. Ondertussen had ik in mijn 2e portemonnee 5 dollar en wat kleingeld gedaan, zo dat dat de fooi ging worden. Ik zei, dit kun je krijgen want ik heb niet meer. Hij zei dat kan niet, we moeten sowieso die 15 dollar hebben om af te betalen, en dan nog iets dat we niet voor niets gewerkt hebben. Toen werd de sfeer snel grimmiger. Ze vroegen of ik wat anders had om te geven. Ik graaide in mijn zakken en haalde een pakje kauwgom te voorschijn. Zelfs daar konden ze niet mee lachen. Ik deed alsof ik al mijn zakken checkte en zei sorry jongens. 1. Ik zei tevoren dat ik jullie hulp niet wilde. 2. Die 40 dollar daar had ik niet op gerekend en 3. We kunnen moeilijk gaan doen maar ik heb niet meer. Ik wist natuurlijk wel dat ze zich gedeisd zouden houden omdat ze bij de grens stonden met alle politie die daar rond liep. Het enige waar ik niet op zat te wachten, was dat iemand me achterna zou rijden. Ze vroegen al eerder toen de sfeer wat beter was (uit interesse?) waar ik heen ging in Honduras. Ik gaf aan bij het eerste stadje ene hotel te pakken. Dat was ik niet van plan, maar ik wil niet dat mensen hier weten waar ik zit. Uiteindelijk zei ik, ik vind het heel vervelend maar kan er niks anders van maken en reed weg. Onopvallend keek ik in de spiegel maar ze bleven chagrijnig staan. Daarna moest ik nog bij een mannetje stoppen, om mijn voertuig permit te laten zien. Niks controle dus, en niks sprayen. Dat was, zoals ik vermoedde gewoon een lulpraatje. Die 15 dollar was dus ook extra inkomsten geweest. Nu moesten ze het met 6 dollar doen. Ik reed gelijk flink door na de grens, het was al bijna half 5 en ik moest voor het donker een hotel vinden. Af en toe haalde ik een auto of motor in, en soms werd ik ingehaald. Dan waren ze ook zo uit het zicht verdwenen. Tot er een motor ineens achter me bleef rijden. Ik ging wat langzamer rijden, maar hij bleef achter me. Ik ging langs hem rijden en zei buenos dias! Ik reed net een stadje in en wilde zijn reactie zien. Als er nou iets zou zijn, kon ik bij een drukke plek in het stadje stoppen. Hij reageerde ongemakkelijk en zei wat terug, toen reed hij verder en ik nam wat gas terug. Hij verdween weer. Geen idee of dit iets te betekenen had. Ik vind het namelijk zelf ook vaak fijn om achter iemand te rijden die een goed tempo rijdt, zo zie ik aan de manier van rijden of er gaten in de weg zitten, mis ik nooit een drempel en hou ik de snelheid van de voorganger aan. Toen het langzaam begon te schemeren en ik een stadje in reed, besloot ik dat ik hier een slaapplek moest vinden. Het eerste hotel was 40 dollar, maar besloot nog even verder te kijken. Daarna vond ik een hotel voor 20 dollar. Ik vond het redelijk aan de prijs maar nam er genoegen mee. De motor stond veilig en droog en had geen tijd om verder te zoeken. Ik ging gelijk even het stadje in om wat te eten, maar kreeg niks gevonden. Ook begon het te regenen dus bij een kraampje op straat zag ik ook niet zitten. Toen kwam ik uit bij Pollolandia, een kip snackbar. Het personeel stond achter een stalen hek de kip te bakken. Ze maken het de overvallers hier wel lastig! Een vrouwtje stond aan de andere kant van het hek kleding te verkopen aan het personeel van de snackbar. Toen ik eenmaal aan het eten was, kwam er nog een vrouwtje binnen gelopen om een of andere zoete broodjes te verkopen. Wel grappig dat dat allemaal geen probleem is hier. Toen ik het eten op had, en het bijna donker was liep ik de 2 straten terug naar het hotel. Ook hier werd ik weer aan alle kanten bekeken. Morgen dus naar Nicaragua. Een land waarvan ik van iedereen heb gehoord dat het bekend staat als veilig en goedkoop, ik kijk er naar uit!

Reageer op dit reisverslag

Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley

Bas

Van New York, via het noordelijkste punt van Alaska met als gedroomde eindbestemming Ushuaia. De zuidelijkste stad van de wereld. Op mijn Moto Guzzi California uit 1992.

Actief sinds 24 Nov. 2017
Verslag gelezen: 1143
Totaal aantal bezoekers 13891

Voorgaande reizen:

30 Juni 2017 - 23 December 2017

The Longest Road

Landen bezocht: